Auteur: Zoom Psychologie

Home / Auteur: Zoom Psychologie

De wereld van diagnoses.

januari 5, 2020 | De wereld van diagnoses | Geen reacties

Je loopt in en uit bij verschillende psychologen; of je krijgt dezelfde diagnose, een nieuwe of nog een extra diagnose waarna de behandelingen van start gaan en daarmee het bestrijden van de ‘symptomen’. Dit kan een tijdelijke periode goed gaan, echter lost dit de disbalans die je met jezelf ervaart niet op. Belangrijk is om te achterhalen hoe het is ontstaan en dat middels inzichten en het leggen van verbanden. Het ‘aha’ moment die wij vaak genoeg horen. Zodra je de angel eruit kunt halen, wat houvast biedt voor het veranderen van je denkpatronen, ben je op weg naar stabiliteit.

Het verkrijgen van een diagnose kan duidelijkheid en rust geven, echter zegt een diagnose niets over jou, als persoon, over wie jij bent. Je zult wellicht herkenning hebben in de symptomen, echter wil dat niet zeggen dat jij ‘niet normaal’ bent. De vraag is ook; wat is normaal? Zolang jij geen hinder ervaart in hoe jij bent en het ook geen belemmerend effect heeft op je dagelijkse leven en daarmee je werk en je relaties; wat zegt een diagnose dan? Behoor jij je dan koste wat kost te vervormen naar iemand die jij niet bent, niet wilt zijn? Behoor jij je dan tot de rest van je leven te onderdrukken, je aan te passen, omdat jij nu eenmaal een ‘diagnose’ hebt?  

Casus 

Een cliënt, die vanaf het moment van binnenkomst vertelde de volgende diagnoses te hebben; borderline, gegeneraliseerde angststoornis, hechtingsstoornis, hoogbegaafd en trekken van ADHD. Verkregen van dezelfde of verschillende psychologen. De gestelde vragen werden door de cliënt vanuit de diagnoses beantwoord; ik ben heel erg creatief, maar dat komt, omdat ik hoogbegaafd ben; ik denk zwart-wit en dat komt, omdat ik borderline heb; ik kan heel druk zijn, vooral als ik iets heel erg interessant vind en dat komt door zowel mijn hoogbegaafdheid als mijn ADHD, want beiden hebben overeenkomsten; ook heb ik moeite om relaties aan te gaan en dat komt, omdat ik een angstige hechtingsstijl heb.

Dit is een extreem voorbeeld, echter maken wij dit ook mee bij cliënten die 1 diagnose hebben ontvangen (overigens; vaak worden er 2 diagnoses tegelijk afgegeven). De cliënt is dermate op zoek naar zichzelf, dermate op zoek naar balans, stabiliteit en vooral houvast dat de cliënt zich identificeert met de verkregen diagnoses om zichzelf staande te houden. Als symptoombestrijding behoorde de cliënt zich dagelijks te houden aan; vaste dagindeling, bijhouden van de emoties, noteren van de gedachtes, het ondernemen van (sociale) activiteiten etc. Uiteraard geeft dit rust, echter lost het de disbalans niet op. 

Aan het einde van de eerste sessie is het gelukt om globaal inzicht te verkrijgen in hetgeen wat deze cliënt in zijn leven had meegemaakt. Door de opgedane ervaringen was het ook helemaal niet vreemd dat deze cliënt een disbalans ervaarde en was er feitelijk niets abnormaals, gezien hetgeen wat zij had meegemaakt. Het is toch niet vreemd als iemand chronisch is verwaarloosd door de opvoeder(s), waardoor deze zich onvoldoende heeft weten te ontwikkelen, nu een disbalans met zichzelf ervaart en daardoor vastloopt in het dagelijkse leven? Blijkbaar had de cliënt dit niet eerder gehoord, want haar ogen schoten vol met tranen. Dit is ook het gevolg van alleen onderzoeken en diagnoses waarbij er een ‘etiket’ uitrolt waar de cliënt het mee behoort te doen. Gevolg als er geen aandacht is voor het onderliggende, gevolg als de cliënt zichzelf niet begrijpt en daarmee onvoldoende inzicht heeft in haar eigen patronen en het ontstaan van deze patronen. Symptoombestrijding is niets anders dan het plakken van een pleister die de wond niet heelt, maar de wond op lange termijn verergert, met alle gevolgen van dien. 

Door de kern van de problematiek inzichtelijk te maken en specifieke verbanden te leggen met haar verleden ontstond er bij de cliënt een ‘aha’ moment. Eindelijk kon zij begrijpen wat zij voelde, waarom zij zich zo voelde, hoe zij dacht en waarom zij zo dacht. Ook werd inzichtelijk waar zij gevoelig voor was (triggers) en feitelijk waar deze vandaan kwamen. Dit is het moment om samen met de cliënt veranderingen in het denkpatroon aan te brengen, opdat er anders naar zichzelf gekeken wordt, anders over zichzelf gedacht wordt, anders gevoeld wordt waarna de eigen identiteit steeds meer ontwikkeld kan worden. Aan het einde van de streep bleef er nog weinig over van de ‘diagnoses’, maar werd er vooral gesproken over wie zij nu werkelijk is, haar identiteit en daarmee stabiliteit. De vraag; blijft zij gevoelig voor een aantal triggers; ja, maar in ieder geval weet zij nu dat het een ‘trigger’ is in plaats van ‘zo ben ik’ (diagnose), ook kan zij aangeven hoe de trigger tot stand is gekomen en vooral hoe zij zichzelf ‘terug’ kan zetten; het grootste verschil met symptoombestrijding als uitgangspunt. 

Aanmelden Zoom Psychologie

Aanmelden Artikels

 

Een hechte band met je familie, je gezinsleden en daarmee je ouders, broer(s) en zus(sen) is gezond voor je psychologie. Het gevoel dat je weet dat er altijd een familie is waar je op terug kunt vallen versterkt een individu op vele fronten. Ook zorgt dit ervoor dat een individu zorgeloos de wijde wereld in kan trekken, zichzelf kan ontwikkelen en groeien. Een gezond gezin kenmerkt zich doordat de gezinsleden allen een eigen leven hebben. Er is respect voor elkaars leven en er wordt rekening gehouden met elkaars meningen en opvattingen en grenzen. Je kan altijd bij elkaar terecht voor het inwinnen van neutraal advies en blijft de betreffende individu verantwoordelijk voor zijn eigen leven en is er respect voor de keuzes die deze individu zelf maakt, welke ook worden gesteund. Onderzoek heeft meerdere malen aangetoond dat sociale contacten en in het bijzonder de band met de familie de kwaliteit van het psychische welzijn bepaald. 

Binnen een kluwengezin gaat de gehechtheid verder dan alleen het gezonde ‘hecht’ zijn, er sprake van een symbiotische relatie. Een symbiotische relatie in het kader van een kluwengezin, houdt een ongezonde onderlinge afhankelijkheid tussen de gezinsleden in. In de meeste gevallen is dit geïnitieerd door de moeder waarbij de kinderen niet worden losgelaten dan wel op een gezonde manier kunnen onthechten van de moeder. Iedereen heeft ook een rol, want vaak is er sprake van opvoeder(s) die niet dan wel onvoldoende voor zichzelf kunnen zorgen, voornamelijk op emotioneel vlak. De kinderen dienen als hulpmiddel om te voorzien in de behoeften van de opvoeder(s). Vaak gaat het dan om de behoefte van de moeder en is er sprake van een moeder die zich afhankelijk opstelt waarbij de rol met het kind is omgedraaid. Het kind neemt de rol van de moeder over en de moeder neemt dus de rol van het kind over. Het ene kind dient voor de emotionele behoeftes van de opvoeder(s), de ander dient voor het huishouden en weer een ander kan dienen voor zaken buiten het huis. 

Binnen deze gezinnen is er ook regelmatig een zondebok. Het kind dat weigert om deel uit maken van de afhankelijkheid en daarmee ook weigert om te voldoen aan de behoeften van de opvoeder(s). De zondebok kenmerkt zich door eerlijk – en oprechtheid waardoor de gezinsleden zich geconfronteerd voelen. Dit terwijl de zondebok hier verder niets mee bedoelt, echter wordt dit, door de eigen manier van ‘denken’ welke negatief en wantrouwend is, als een aanval opgevat. Deze zondebok ontwricht de gezinspatronen en wordt daarom ook buitengesloten waarbij de opvoeder(s), de broer(s) en de zus(sen) opzet tegen de zondebok met als gevolg dat de band duurzaam wordt ontwricht en de zondebok zich volledig of deels onttrekt uit het gezin. Bij een gedeeltelijke onttrekking uit het gezin zal deze zondebok, direct of indirect, dienen als projectie voor de overige gezinsleden. Ook bij een volledige onttrekking kan de zondebok dienen als projectie, echter vervaagt dit op termijn daar de zondebok geen deel meer uitmaakt van het gezin. Er wordt dan gezocht naar een nieuwe zondebok, dit kan bijvoorbeeld 1 van de ouder zijn of wellicht de partner van het kind opdat de negatieve emoties geventileerd kunnen worden (projectie). Daarnaast dient de zondebok ook als ‘bezigheid’ voor de gezinsleden, opdat zij niet naar zichzelf hoeven te kijken en daarmee dus de aandacht kunnen verleggen. De ‘bezigheid’ uit zich door bijvoorbeeld te roddelen over de zondebok, op momenten dat er geventileerd moet worden, dus als de gezinsleden of een gezinslid niet ‘lekker’ in de vel zit. Het is dus niet zo dat een zondebok pas wordt ‘ingezet’ als er ook daadwerkelijk ‘iets’ aan de hand is. Een zondebok heeft dus op hoofdlijnen twee functies. 

Een kluwengezin kan ‘goed’ gaan zolang iedereen binnen het gezin zich houdt aan de eigen rol en daarmee de gezinspatronen en dus het in standhouden van de onderlinge afhankelijk. Dit kan zo ver gaan dat wanneer de kinderen het huis uit zijn, een eigen gezin hebben deze patronen alsnog in stand worden gehouden waarbij de aangetrouwde partner min of meer wordt gedwongen om hieraan mee te werken dan wel de situatie op deze manier te accepteren. In de praktijk zie je dat deze kinderen, ondanks dat zij een eigen gezin hebben, de oorspronkelijke familie als gezin zien. Deze kinderen zijn vrijwel dagelijks thuis bij de opvoeder(s) en leven dan ook vrijwel dagelijks samen. Al kunnen zij fysiek niet aanwezig zijn dan wordt er op zijn minst gebeld. Dit is wat voor hen ‘normaal’ is, daar zij niet onthecht en ook niet losgelaten zijn door de opvoeder(s). De opvoeder(s) zien de kinderen als een verlengstuk van zichzelf waarbij er geen rekening wordt gehouden met het leven dan wel de behoeftes van het kind zelf. Het leven van het kind bestaat, ondanks dat deze wellicht een gezin heeft, uit de familie. Als het kind net even te weinig aandacht geeft wordt er al snel contact (controle) gelegd door de opvoeder(s) waarbij het kind een schuldgevoel wordt aangepraat, vaak indirect; ‘ik heb je gemist en omdat ik niets van je hoorde dacht ik dat je mij vergeten was’.

Ongeacht de leeftijd van deze kinderen, wordt dit in stand gehouden totdat de opvoeder(s) komen te overlijden. Hiermee eindigt dit patroon niet, een ander, vaak de zus neemt de rol van de opvoeder(s) over en dat vooral in het kader van bij elkaar komen, bij elkaar blijven en daarmee de afhankelijkheid in stand houden, waardoor de patronen worden gecontinueerd. Dit is uiteraard ook niet vreemd, daar deze kinderen niet beter weten en daarbij buiten de eigen gezinsleden nauwelijks tot geen andere sociale contacten hebben. Ook speelt mee dat deze kinderen voornamelijk op emotioneel vlak zichzelf onvoldoende hebben (kunnen) ontwikkelen om een ‘eigen leven’ te hebben. 

Je herkent deze gezinnen doordat zij dagelijks nauw bij elkaar en in elkaars leven zijn betrokken. Doordat zij onderling alles met elkaar delen, zelfs persoonlijke kwesties die bijvoorbeeld enkel de partner van het getrouwde kind aangaat en (alleen) met de partner besproken behoort te worden, ook worden gedeeld. Er is geen grens tussen het oorspronkelijke gezin en het eigen gezin wat het kind heeft. Het wordt gezien als 1 gezin, zonder grenzen, zonder rekening te houden met de privacy of überhaupt rekening te houden met de aangetrouwde partner. Vrijwel alles wordt besproken met de familie en daarmee de gezinsleden. Samen met de gezinsleden wordt er ook bepaald hoe de persoon in kwestie met een bepaalde problematiek behoort om te gaan en welke stappen deze behoort te ondernemen. Objectiviteit is derhalve ook ver te zoeken, daar het fundament van het gezin ‘de afhankelijkheid’ niet in gevaar mag komen. 

Hoe ontstaat dit? Bij het analyseren van een kluwengezin wordt opgemaakt dat de opvoeder(s) zelf een verwaarloosde opvoeding hebben gehad. Deze opvoeding heeft geleid dat zij zich niet dan wel onvoldoende hebben kunnen ontwikkelen op emotioneel vlak. Zij hebben onvoldoende affectie en opvoeding ontvangen, onvoldoende sturing, onvoldoende normen & waarden om zichzelf te kunnen ontwikkelen tot een volwaardig volwassen individu. Ook zij hebben in de eigen opvoeding gefungeerd als verlengstuk voor de opvoeder(s) en weten daarom ook niet beter dan dat dit zo hoort. De relatie tussen de opvoeder(s) en daarmee tussen de ouders zelf is eveneens ongezond en beschadigd, waarbij beiden emotioneel tekortkomen en dit ook niet aan elkaar kunnen geven. Deze opvoeder(s) zijn in wezen zelf nog een ‘kind’ en zijn qua ontwikkeling blijven steken. Zie het als een kind die niet dan wel moeite heeft met het delen, die graag het middelpunt van de aandacht wil zijn, nieuwe ‘vriendjes & vriendinnen’ van anderen als een bedreiging ervaart, weinig grenzen kent en respecteert van anderen, het is immers een kind. Wat zou dit dan kunnen betekenen voor de kinderen van deze opvoeder(s)? 

Partners van de kinderen worden als bedreiging gezien, mits deze schikt en daarmee de gezinspatronen accepteert en daarmee niet verstoord. Deze partners fungeren eveneens als verlengstuk van de kinderen, maar ook voor de familie. De partner en daarmee het gezin van het kind mag niet in het middelpunt staan, want dat is de plek van de opvoeder(s), vaak zie je dat dit de moeder is. Beslissingen die een kind zelf neemt, zonder de familie te raadplegen worden niet geaccepteerd, want het kind mag niet ‘zelfstandig’ worden, anders kan het niet meer fungeren als verlengstuk en kunnen de ongezonde familiepatronen niet meer in stand worden gehouden. Beslissingen die het kind samen met de partner neemt is een directe aanval, waarbij de partner in een negatief daglicht wordt gezet. Waar het eigenlijk op neerkomt is dat de opvoeder(s) en zoals aangegeven in de meeste gevallen de moeder, angst ervaart. Angst dat zij (als kind) alleen zal blijven, alleen moet spelen en eigenlijk gedwongen wordt om volwassen te worden. Ook speelt mee dat zij de kinderen als ‘eigendom’ ziet. Net zoals een kind die de eigen speelgoed als eigendom ziet en deze niet graag met anderen deelt. 

De opvoeder(s) laten dus niet los, nooit niet. Derhalve oefent zij ook middels manipulaties en daarmee het ‘aanpraten’ van schuldgevoelens, controle uit opdat iedereen in de pas blijft lopen. Doordat dit al vanaf het prille begin gebeurt, ervaren deze kinderen, ook op latere leeftijd continu een schuldgevoel. Het schuldgevoel is dermate groot dat ze alleen al hierom het contact continueren. De opvoeder(s) en dus in de meeste gevallen de moeder wordt door de kinderen op een troon geplaatst en op handen gedragen, waarbij de kinderen knielend op de grond zitten.

 Een ander belangrijk punt is dat het regelmatig, binnen een kluwengezin, voorkomt dat de moeder of de vader een kind in de plek van de eigen partner plaatst. Kortom een zoon vervangt de positie van de eigen vader en een dochter de positie van de moeder. Onbewust ervaart de moeder haar zoon als partner en de vader zijn dochter als partner waarbij de betreffende kinderen dit onbewust ook zo ervaren. Beide kinderen worden verantwoordelijk gesteld voor de emotionele gemoedstoestand van de opvoeder(s) zoals dat in relaties tussen partners ook het geval is. Beide opvoeders delen hun gevoel, emoties, die eigenlijk met de partner gedeeld behoren te worden, met het kind. In de praktijk wordt gezien dat dit vaak door de moeder wordt gedaan en daarmee dat alleen de moeder een zoon als partner toe-eigent. De overige kinderen van de moeder worden eveneens toegeëigend en krijgen allemaal een rol. De dynamiek die je ziet is dat moeder en zoon een ‘partnerrelatie’ hebben en de overige kinderen voor hen dienen (ook voor de zoon). Realistisch gezien heeft de zoon natuurlijk ook een rol en dat is het fungeren als partner voor de eigen moeder, uiteraard onbewust. De werkelijke partner van de moeder wordt aan de kant gezet wat eveneens kan leiden tot jaloezie van de vader gericht op de zoon. Helaas zie je dan ook in de praktijk dat de relatie tussen vader en zoon fragiel is. 

Indien de zoon op latere leeftijd een partner leert kennen is de kans aanzienlijk groot dat er geen relationele emotionele band tot stand komt, deze heeft de zoon al met zijn moeder, uiteraard onbewust. De nieuwe partner wordt door de moeder dan ook niet gezien als ‘partner’, maar iemand die voor haar zoon kan zorgen, praktische zorg. In de praktijk zie je dat de relaties van deze kinderen destructief zijn en vaak leiden tot verbreking van de relaties. 

De gevolgen van een dergelijke gezinsstructuur is dat deze kinderen, ongeacht de leeftijd nooit leren om op de eigen benen te staan en daarmee zelfstandig te worden en een eigen leven te leiden. De identiteit van deze kinderen is matig en bestaat voornamelijk uit de eigenschappen van de moeder; dominant, afwachtend, afhoudend, afhankelijk, passief-agressief, slachtofferrol, manipulatief, onzeker, angstig, negatieve levenshouding, wantrouwen, onvoldoende zelfreflectie en verantwoordelijkheidsgevoel. Naar de buitenwereld wordt er een geheel andere ‘identiteit’ getoond dan de werkelijkheid. Deze volwassen kampen derhalve ook met verschillende vormen van problematiek; sluimerende depressie, apathisch, gevoel van leegte, eenzaamheid, niet bij het gevoel kunnen dan wel herkennen, suïcide neigingen, snel aangevallen voelen door derden, negatieve denkpatronen (wantrouwen), woede-uitbarstingen, relaties die keer op keer stranden, weinig tot geen vrienden, ‘leek’ op het gebied van socialisatie, weinig tot geen ambitie en dit rijtje kan nog verder aangevuld worden. 

Wat het vooral moeilijk maakt voor deze volwassenen is dat zij dit zelf niet zien of anders wel zien, echter uit angst het patroon niet doorbreken. De angst ligt vooral in het ‘alleen’ zijn en voor zichzelf moeten zorgen, voornamelijk op emotioneel vlak (net zoals de opvoeders(s)). Uitstappen uit een dergelijke familie-dynamiek vergt in eerste instantie inzicht, acceptatie en moed. Dit betekent niet dat er gebroken moet worden met de familie, neen. Dit betekent alleen dat de volwassene zelf een eigen identiteit ontwikkeld, grenzen stelt, zijn eigen leven inricht zoals deze dat zelf wil, zonder te fungeren als verlengstuk voor de ouder. Het loskomen van eigenlijk de narcistische opvoeding en het bewandelen van een eigen pad. Het maakt het ook moeilijk doordat deze volwassenen sinds de kindertijd onbewust zijn ‘gehersenspoeld’ en daarmee dat er continu onwaarheden zijn verteld dan wel schuldgevoel is aangepraat, pure (onbewuste) manipulatie om het kind blijvend aan zichzelf te binden. Het schuldgevoel blijft het moeilijkste gedeelte en daarmee het ontdoen van dit gevoel. Onmogelijk is het zeker niet. De kans dat de volwassene die dit patroon niet doorbreekt tot de rest van zijn leven een ontevreden en ongelukkig leven zal leiden, met zichzelf, ook als de moeder komt te overlijden, is aanzienlijk groot. 

Aanmelden Zoom Psychologie

Aanmelden Artikels

Waarschijnlijk heb je al ontzettend veel informatie gelezen over de narcistische partner. De insteek van dit artikel is niet om een opsomming te geven over ‘hoe slecht’ een narcist is of wat de kenmerken van een narcist zijn, maar vooral het begrijpen van wat er aan de hand is, het bieden van inzicht opdat jij er aan uit kunt komen.

De alarmbellen zijn vaak genoeg afgegaan, rationeel weet je dat jouw partner niet goed voor je is, echter wordt je ratio overheerst door de sterke emoties die je voor hem ervaart. De emotie waarbij je denkt dat het houden van is, terwijl de emotie niets anders is dan een leegte die jij in jezelf, met jezelf ervaart. Angst voor het alleen zijn, angst dat je nooit meer een partner kunt vinden, angst dat je het financieel alleen niet kunt redden. Een slag dieper; in afwachting totdat jouw partner jou de liefde, aandacht, waardering en erkenning en daarmee de affectie geeft die jij in je kind – en/of jeugdjaren hebt gemist.

De verwaarlozende opvoeder(s) die jou emotioneel en/of fysiek mishandelden dan wel de narcistische opvoeder(s), dat is hetgeen wat direct (en alleen) wordt gelieerd als er wordt gesproken over affectieve verwaarlozing. Het is niet zo zwart-wit. Wij hebben cliënten met een narcistische partner gekend die in beginsel aangaven dat de opvoeding thuis ‘prima’ was verlopen. Na dieper graven werd opgemaakt dat zij zijn onthouden van affectie en dit verwarden met praktische dan wel materiële zaken. Om een voorbeeld te geven; dat jouw opvoeder(s) regelmatig thuis waren, praktisch goed voor jou zorgden en jij niets tekort kwam (materie) wil niet zeggen dat er ook sprake was van affectie. Het is cruciaal dat een kind liefde, aandacht, waardering en erkenning krijgt door bijvoorbeeld het kind te knuffelen, te vertellen hoeveel je van het kind houdt, door aan te geven dat je trots bent op het kind, aandachtig te luisteren naar het kind etc. Dit alles valt onder affectie. Dat jouw opvoeder(s) jou naar alle pretparken van Nederland hebben gebracht wil niet zeggen dat er ook sprake was van affectie. Genoemde cliënten gaven allen aan, maar ik ben niet mishandeld noch emotioneel noch fysiek en ze zijn nooit slecht voor mij geweest. Je hoeft niet zichtbaar mishandeld te zijn dan wel ‘slechte’ ouders te hebben gehad om te spreken van affectieve verwaarlozing. De ouders hebben dit zelf ook niet altijd in de gaten en dat doordat zij zelf ook opvoeder(s) hebben gehad waarbij de affectie ontbrak.

Het tekort aan affectie leidt tot een leegte en die leegte betreft de liefde, aandacht, waardering en erkenning die je hebt gemist in je kind – en/of jeugdjaren. Zonder dat jij je er daadwerkelijk bewust van bent, blijf je zoekende om die leegte op te vullen en dit kan verschillende vormen aannemen; het helpen van anderen en het klaarstaan voor anderen (ten koste van jezelf), jezelf verliezen in het werk (carrière-driven), hoogste studies willen behalen, materieel goed voor elkaar hebben, reizen zo vaak als dat je kan, veelvuldig het aangaan van relaties die niet goed voor je zijn (omdat je niet alleen wilt zijn) en ook vooral het willen ‘genezen’ van de partner. Het is dus opvallend dat betrokkenen, bij een tekort aan affectie door de opvoeder(s) dit ‘gat’ en daarmee de leegte blijvend proberen op te vullen om alsnog die liefde, aandacht, waardering en erkenning te kunnen ontvangen. Wellicht dat het je ook bekend in de oren klinkt als we het hebben over het ‘gevoelig’ zijn. Dat is ook niet vreemd, die gevoeligheid komt eveneens voort uit het tekort, die gevoeligheid waarbij je empathie voor anderen geen grenzen kent is de hoop dat je alsnog de affectie krijgt waar je zolang op wacht en dit blijft zich herhalen totdat je dit doorbreekt.

De reden dat jij je juist aangetrokken voelt tot een narcistische partner is in eerste instantie, omdat jij op gevoelsniveau herkenning hebt en daarmee dus een sterke ‘aantrekking’ voelt. Deze partner herinnert jou aan het gevoel wat je destijds thuis ook voelde, waar jij je wellicht niet altijd bewust van bent geweest. Het gevoel van affectieve verwaarlozing, dat is hetgeen wat je voelt. Doordat het gevoel en daarmee de aantrekking zo sterk is, denk je dat het liefde is, denk je dat je liefde voelt. Wat er onbewust gebeurd is dat je, je partner gevoelsmatig gelijk stelt aan je opvoeder(s) en daarmee het onbewust herhalen van het patroon van vroeger. Met het patroon wordt bedoelt; alles aan doen om liefde, aandacht, waardering en erkenning te krijgen van je ouders, dus onbewust van je (narcistische) partner. Zonder dat je het in de gaten hebt verval je weer in een oud patroon en zul jij er daarom ook alles aan doen om die affectie hoe dan ook te verkrijgen. Wat uiteraard ook een rol speelt is de liefde, aandacht, waardering en erkenning die je van de narcistische partner in beginsel ontvangt. Deze voelt namelijk feilloos aan wat jouw tekortkomingen zijn en speelt daar dan ook op in. Eigenlijk herkent ook hij op gevoelsniveau een ‘aantrekking’, zijn gemis is exact hetzelfde als jou gemis, alleen is de inhoud van het gemis anders. Hij is vooral zoekende naar een sterke ‘moeder’ die voor hem zorgt en jij bent zoekende naar affectie die je hebt gemist. Let wel; het verschil is dat hij zoekt naar iemand (moeder) die onvoorwaardelijk van hem houdt en alles voor hem over heeft en jij bent op zoek naar liefde, aandacht, waardering en erkenning, dit zijn twee verschillende zaken. Ook hij heeft dus een patroon die hij herhaalt en jij ook. Het grootste verschil is dat jij empathie hebt, beschikt over zelfreflectie en daarnaast een geweten hebt. Belangrijk om te weten is dat hij juist ‘valt’ (aantrekking) op sterke en onafhankelijke vrouwen, omdat hij in zijn kind – en/of jeugdjaren te maken had met een moeder die emotioneel vooral afhankelijk was van hem. Doordat hij dus te maken had met een emotioneel afhankelijke moeder waarbij de rollen waren omgedraaid is hij nu dus juist op zoek naar een sterke en onafhankelijke vrouw (moeder) die er voor hem is. Op onbewust niveau vervul jij daarom ook de rol van zijn moeder en hij vervult voor jou onbewust de rol van je opvoeder(s) en in het bijzonder vaak die van je vader. Er bestaat namelijk een kans dat hij een soortgelijk karakter heeft als je vader. Dus het verbreken van de relatie is gelijk aan het verbreken van de relatie met je opvoeder(s) en in het bijzonder dus met je vader (let wel dit hoeft niet altijd alleen je vader te zijn). Jij hoopt en hij hoopt dat jullie beiden elkaar geven wat jullie zo nodig hebben.

In het begin van de relatie wordt je overladen door liefde, aandacht, waardering en erkenning of anders juist niet en wacht je af, omdat je er van ‘overtuigd’ bent dat dit wel zal gebeuren, zolang jij maar je best blijft doen. Op den duur wil jij ook wat terug en daarmee dus liefde, aandacht, waardering en erkenning, omdat je zo goed voor hem zorgt en er altijd voor hem bent, wat ook vrij normaal is in een gezonde relatie. Alleen, het maakt niet uit wat je doet, je krijgt het niet, mits je dreigt om de relatie te verbreken, dan wordt er ‘even’ mooi weer gespeeld en zodra je bent overtuigd is het een herhaling van facetten. Het punt is dat hij alleen maar een moeder wil die onvoorwaardelijk van hem houdt, voor hem zorgt en alles voor hem doet. Realiseer; een moeder doet alles voor zijn kind, ongeacht, dat is dus precies hoe hij het ziet en hoe hij het wilt. Het teruggeven van liefde, aandacht, waardering en erkenning, zie het zo; stopt een moeder met het geven van liefde, zorgen voor zijn kind als dit niet wederkerig is, nee (in gezonde situaties, nee), dus dat is ook wat hij van jou verwacht; alles geven en je mag niets terug te verwachten.

De narcistische woede waar je ook regelmatig over leest is niets anders dan dat de ingehouden en opgekropte woede (gericht aan de moeder) op jouw wordt geprojecteerd. Zijn boosheid, zijn agressie, zijn manipulaties, zijn vernederingen zijn allemaal gericht op zijn moeder en niet op jou. Onbewust is hij in gevecht met zijn moeder, maar wordt het geuit op jou, vooral als jij weigert om iets voor hem te doen dan wel niet (meer) voor hem zorgt (in zijn gevoel; mijn moeder houdt niet onvoorwaardelijk van mij) of als je ook maar enigszins kritiek geeft (in zijn gevoel; jij hebt mij al onthouden van liefde, jij hebt mij al beschadigd, niet opgevoed en nu durf jij mij ook nog eens kritiek te geven, gericht op zijn moeder). Naast het feit dat hij zijn woede heeft ingehouden en opgekropt heeft hij ook een beeld van zichzelf gecreëerd en daarmee het beeld van wie hij wil zijn, maar die hij in werkelijkheid niet is. Het beeld en daarmee ‘de identiteit’ is gecreëerd in de kindertijd, in de periode dat zijn moeder er niet voor hem was, hij had die ‘identiteit’ nodig om staande te blijven, het is dus niets anders dan een overlevingsstrategie die hij tot de dag van vandaag in stand houd en ook moet houden. Doordat hij zich vast heeft gehouden aan een zelf gecreëerde ‘identiteit’ om te ontvluchten van de realiteit en doordat er eveneens sprake was van verwaarlozing heeft hij zijn eigen werkelijke ik niet kunnen ontdekken. De eigen ‘ik’ is opzij gezet, op de dag dat hij zijn nieuwe ‘identiteit’ had gecreëerd. De eigen ‘ik’ was niet ok (voortkomend uit de verwaarlozing), want van de eigen ‘ik’ werd niet gehouden. Wat gebeurd er als de gecreëerde ‘identiteit’ wegvalt? Wie is hij dan? Gegeven is dat de eigen ‘ik’ nog een kind is en deze emotioneel niet is ontwikkeld. Het is blijven steken vanaf het moment dat de eigen ‘ik’ werd vervangen door de nieuwe ‘identiteit’. Feitelijk heb je tijdens de woede-uitbarstingen te maken met het kind, de ‘ik’ van het niet-ontwikkelde kind, het kind wat zichzelf als niet ‘ok’ ziet. Het is het kind wat heftig reageert, want zou de zelf gecreëerde ‘identiteit’ en waar zo hard aan wordt gewerkt om het staande te houden, zo heftig reageren? Dus, zou de ‘identiteit’ die hij (vooral) buiten presenteert heftig reageren, nee. Zou hij vanuit die ‘identiteit’ al zijn narcistische symptomen bloot leggen, nee, want hij weet, dat het buiten niet geaccepteerd zou worden. Let wel; hij vertoont zijn ware aard alleen aan diegene die hem nodig hebben, dus afhankelijk van hem zijn. Logica; zou een volwassene die in balans is met zichzelf of anders een volwassene die emotioneel is ontwikkeld dan wel een geweten heeft, zich kunnen gedragen als de narcistische partner, nee. Dus feitelijk heb jij in al zijn uitingen te maken met een klein kind. Met het kind wat is gestopt met ontwikkelen en uiteraard het kind die regelmatig zijn opgekropte woede moet (!) ventileren. Let wel; dat hij dit moet, wil niet zeggen dat jij vanuit je empathisch vermogen hier begrip voor behoort op te brengen en daarmee het te accepteren in het kader van ‘maar hij kan er niets aan doen’; niet jouw probleem.

Wat jij dus zoekt zul je nooit van je narcistische partner kunnen ontvangen. Sterker nog op het moment dat je het wel krijgt, is hij niet meer interessant voor je, want dan is de ‘spanning’ (onrust) er niet meer. Zolang jij je eigen leegtes, zelf, niet vervuld blijf je (onbewust) op zoek naar die ‘spanning’ waarvan jij denkt dat het ‘liefde’ is. In werkelijkheid is het niets anders dan de spanning van ‘toen’, je jongere jaren waarbij de affectie werd gemist. Je bent gewend aan een constante aanwezigheid van ‘spanning’ en je weet ook niet beter dan dat het zo hoort ( het voelt ‘veilig’; schijn).

Hoe begripvol je ook bent en hoe graag jij je partner of anderen wilt helpen (reddersrol), niets zal werken om jouw leegte op te vullen, dat is iets wat je zelf behoort te doen. Let wel; als jij hersteld en daarmee dus zelf je leegtes weet te vervullen door juist het gemis aan jezelf te geven, jij je ook niet meer aangetrokken zult voelen tot narcistische mensen. Het gevoel in jou zal namelijk veranderen waardoor er dus ook geen aantrekking meer zal zijn naar individuen die niet goed voor je zijn (ook in vriendschappen). Jij zult je dan aangetrokken voelen tot individuen die dan net zoals jijzelf gezond zijn. Je zult leren jezelf te respecteren en te waarderen, zonder dat je daar ‘iets’ voor hoeft te doen, je zult merken dat je anders zult gaan leven en dat de dingen die jij destijds zo belangrijk vond (om je leegte op te vullen) minder belangrijk voor je zullen zijn. Je zult ervaren dat je prima alleen kunt zijn en prima voor jezelf kunt zorgen. Sterker nog, je zult ervaren dat je het fijn vindt om tijd met jezelf door te brengen en aandacht aan jezelf te besteden.

Is het mogelijk om nu per direct de ongezonde relatie te verbreken? Er kunnen talloze redenen zijn dat dit niet direct kan, maar het allerbelangrijkste is dat jij je nu gaat realiseren hoe het werkelijk in elkaar zit en dat je de verbanden kunt leggen met je verleden. Dat is een prima begin. Hoe langer jij erover nadenkt, hoe meer verbanden jij legt des te meer emotioneel afstand je zult nemen met als gevolg dat je er klaar voor bent om er afscheid van te nemen. Onthoud 1 ding heel goed. Het is geen aantrekking en ook geen liefde wat je voor hem voelt, het is het tekort aan liefde, aandacht, waardering en erkenning van je opvoeder(s). Ja, de kans is aanwezig en zeker als je al voor een lange periode een relatie hebt dat je ‘last’ zult krijgen van ontwenningsverschijnselen (het verbreken van de band met je opvoeder(s) eigenlijk), echter zal dit voor een korte duur zijn. Je zult er versteld van zijn dat het je zo weinig moeite heeft gekost om afscheid te nemen (echt). Het enige waar jij na het verbreken van de relatie hinder in zult ervaren is met jezelf, je gevoelens en daarmee je leegtes (waarbij je momenten zult hebben dat je denkt dat de relatie ‘zo slecht nog niet was’, nee het is weer die leegte die dan spreekt). Het vraagt tijd om jezelf te (her)vinden en dit is mogelijk, zolang jij er maar voor open staat.

Noot; in dit artikel wordt de narcistische persoon aangeduid als man. Hier is bewust voor gekozen daar uit onderzoek naar voren komt dat narcisme het meest onder mannen voorkomt. Narcisme onder vrouwen is eveneens aanwezig, echter qua percentage minder.

Aanmelden Zoom Psychologie

Aanmelden Artikels

Op het internet is er veel informatie te vinden over narcisme. De meeste informatie heeft betrekking op de narcistische persoon zelf; of dit nu om een partner, opvoeder(s) of om andere gezinsleden gaat. Er is weinig informatie te vinden over de betrokkenen die zijn opgevoed door narcistische opvoeder(s). Onderstaand volgen de uitspraken van onze cliënten, die grotendeels overeenkomen.

Herken je het dat toen je kind was continu waakzaam was voor wat je opvoeder(s) zouden zeggen of doen? Dat je, je altijd zo schuldig kon voelen over situaties waar je niets aan kon doen? Dat je continu verantwoording moest afdragen opdat de opvoeder(s) controle over je hadden of in zijn algemeen controle over jou wilden? De woede-uitbarstingen waar geen aanleiding voor was of anders waarvan jij de schuld kreeg? Het gevoel dat jij er niet toe deed zolang je opvoeder(s) maar tevreden waren? Dat jij je afvroeg of je wel tot ‘dit’ gezin behoorde of dat je misschien was geadopteerd? Het gevoel dat je, maar het beste onzichtbaar kon zijn opdat er geen aanleiding zou zijn voor een woede-uitbarsting of fysieke mishandeling? Dat je werd gemanipuleerd? Dat je keer op keer in de manipulatie trapte, in de hoop dat je de liefde alsnog zou krijgen? Of het gevoel dat je er niet mocht zijn? Dat jij niets voorstelde? Dat jij moest dienen voor de behoeftes van je opvoeder(s)? Dat je buiten altijd de schijn moest ophouden? Dat je geen vrienden mocht hebben? Dat iedereen die jij aardig vond slecht was? Dat zowel jijzelf als anderen altijd werden bekritiseerd? Altijd negativiteit? Dat er nul vertrouwen was in jou? Dat het de opvoeder(s) niet interesseerde wat jij vond, wat jij wilde en hoe jij de dingen zag? Dat je überhaupt geen mening mocht hebben? Dat alles aan jou slecht was? Dat je werd buitengesloten, niet serieus werd genomen, niet werd gewaardeerd en als uitschot werd neergezet? Dat er een prins of een prinsesje was in het gezin en jij werd neergezet als zondeboek, de slechterik die nooit iets goed kon doen en altijd kritiek ontving? Dat jij altijd klaar moest staan voor je opvoeder(s), maar zij nooit voor jou? Dat je het gevoel had dat je teveel was? Dat als je dan een keer iets leuks wilde delen, je belachelijk werd gemaakt? Dat je dom was en niets zou bereiken in het leven? Dat ze jou vertelden dat niemand te vertrouwen was? Of dat je pas wat voor zou stellen als je ‘iets’ zou presteren en daarmee het waarmaken van de dromen van je opvoeder(s). Dat je in bijzijn van bezoek altijd precies wist wat je opvoeder(s) onderhuids bedoelden, maar niemand anders dan jij die dit in de gaten had? Dat je werd belemmerd in je zelfstandigheid, in je dromen? Dit rijtje kan nog verder uitgebreid worden. Als jij je hierin herkent, welkom, je had te maken met narcistische opvoeder(s).

Nu jaren later vraag jij je misschien nog steeds af; wat deed ik verkeerd? Niets. Je was gewoon aanwezig, in de buurt en diende prima als zondebok waar de opvoeder(s) hun eigen ongeluk op konden projecteren. Een zondebok waar alle gevoelens die zij van zichzelf niet konden accepteren op afgereageerd kon worden. Het ligt niet aan jou en het heeft helemaal niets met jou te maken. Als je nog contact hebt met je opvoeder(s), zul je merken dat er niets is veranderd. Het enige verschil is dat jij daar niet meer woont, maar de projecties zullen nog altijd doorgaan, in mindere mate, want anders kom je niet meer en zijn zij de ‘voeding’ kwijt, want dat is wat je was en nog steeds bent. We hebben het hier over opvoeder(s) die zelf zwaar zijn getraumatiseerd, enorm zijn tekortgekomen in de eigen opvoeding en een hechtingsprobleem hebben. We hebben het eigenlijk over kinderen die aandacht willen, gezien willen worden en waardering willen. Dus eigenlijk moest jij alles wat er mis was gegaan in de jeugd van jouw opvoeder(s) goedmaken. Betekent dit nu dat je het behoort te begrijpen en te accepteren? Begrijpen ja, om te realiseren dat het niets met jou te maken had en dit nodig is voor je herstel. Accepteren, neen.

In onze praktijk ervaren wij dat cliënten die een narcistische opvoeding hebben gekend later een relatie aangaan met iemand die ook narcistisch is. Waarom? Het is bekend terrein. De betrokkene voelt zich aangetrokken tot individuen waarbij hetzelfde gevoel wordt ervaren als bij de narcistische opvoeder(s), dat voelt namelijk vertrouwd en veilig; schijn. Gevolg; herhaling van de jeugd.

Tijdens onze sessies met de cliënten horen wij regelmatig dat de client niet weet wie ze zijn, wat ze leuk vinden of wat ze willen in het leven. Allen hebben een overlevingsstrategie om zichzelf staande te houden. Deze strategie is ontwikkeld in de kind – of jeugdjaren, wat destijds ook een must was, echter nu belemmerend werkt. Uit de gesprekken wordt opgemaakt dat de meesten voldoende functioneren in het dagelijkse leven, echter geven allen aan dat er een leegte aanwezig is in hen. In andere gevallen heeft de client het ‘opgegeven’ en doet wat deze hoort te doen op automatische piloot of anders cliënten die al jarenlang achtereen verschillende therapieën hebben gevolgd en vrijwel niets in het leven hebben ondernomen. Opvallend is dat de meesten in een ‘wachtstand’ verkeren, wachtend wanneer het leven nu echt gaat beginnen. Ook hebben wij cliënten die zich niet eens bewust waren van de narcistische opvoeding en verschillende activiteiten (taken) ondernemen om de leegte op te vullen. De uitingen zijn divers, de manier waarop ermee wordt omgegaan is divers, echter kampen zij allen met een complex trauma, dat is namelijk het gevolg van een narcistische opvoeding.

Aanmelden Zoom Psychologie

Aanmelden Artikels

Complex trauma ontstaat veelal door structurele verwaarlozing in de kind – en/of jeugdjaren. De opvoeders verwaarlozen stelselmatig de behoeftes van het kind en onthouden het kind van liefde, aandacht, waardering en troost. Dit wordt ook wel emotionele mishandeling genoemd. Naast deze variant bestaat ook de fysieke mishandeling waarbij het kind fungeert als boksbal voor de opvoeder(s). Centraal in een dergelijke opvoeding is dat het kind wordt ingezet voor de invulling van de behoeften (leegtes) van de opvoeder(s). Dit kan verschillende vormen aannemen, zoals; emotioneel zorgen voor de opvoeder(s), fungeren als vriend/vriendin voor de opvoeder(s) en diens problemen, je best doen om ruzie tussen de opvoeder(s) te voorkomen (bliksemafleider) en/of dienen als boksbal. Waar het op neerkomt is dat je niet jezelf mocht zijn, je hebt gediend voor de leegtes van je opvoeder(s) en je bent onthouden van een gezonde ontwikkeling.

Op latere leeftijd leidt dit tot verschillende problematiek waarbij veelal de volgende diagnoses worden gesteld; PTSS, borderline, hechtingsstoornis, ADHD, chronisch depressief, angststoornis, vermijdende/afhankelijke persoonlijkheidsstoornis, niet anders omschreven persoonlijkheidsstoornis en dit rijtje kan nog verder aangevuld worden. Complex trauma is een term die niet is opgenomen in de DSM en wordt derhalve ook niet gehanteerd, echter dekt deze term wel de volledige lading. Chronische traumatisering tijdens de kind – en/of jeugdjaren leidt tot een complex trauma. Complex doordat de betrokkene, met zichzelf, ontzettend veel hinder ervaart, doordat de betrokkene voortdurend getriggerd kan worden. Het kan zelfs zo zijn dat er verschillende triggers tegelijk worden geactiveerd. De triggers worden op gevoelsniveau geacteerd en daarmee iedere keer dat een betrokkene onbewust ‘iets’ ervaart, wat doet herinneren aan vroeger, er sprake kan zijn van herbeleving. Dit kan zelfs het geval zijn als de betrokkene zich begeeft in een drukke omgeving met veel mensen. Een dergelijke omgeving is voor de betrokkene onoverzichtelijk, wat kan leiden tot een onveilig gevoel (angst) en er een trigger geactiveerd kan worden. Cliënten binnen onze praktijk geven over het algemeen ook aan dat ze een drukke omgeving niet zo fijn vinden. Waar het op neerkomt is dat de betrokkenen net zoals vroeger altijd overzicht (controle) willen op de omgeving om eventuele gevaren goed in te kunnen schatten.

Verwaarloosde individuen hebben zeer sterke voelsprieten (antennes). Deze antennes staan continu aan, wakend en alert voor mogelijk gevaar. Dit was destijds ook nodig om te overleven, want destijds behoorde de betrokkene ‘het kind’ te waken en zichzelf te beschermen. Deze overlevingsstrategie was toen nodig, maar nu, nu ‘het kind’ volwassen is geworden werkt het belemmerend. Dit is niet iets waar de betrokkene zich daadwerkelijk bewust van is dan wel iets wat zomaar ‘uitgezet’ kan worden. Cliënten binnen onze praktijk herkennen de antennes en geven in beginsel aan ‘dit is hoe ik ben’ of anders ‘ik ben gewoon gevoelig’. In beginsel denken zij dat dit deel uitmaakt van de eigen persoonlijkheid, maar later wordt gerealiseerd dat dit gekoppeld is aan de traumatisering.

Doordat de antennes continu ‘aan’ staan kan de betrokkene stelselmatig getriggerd worden, zonder dat de betrokkene zich bewust is van dit proces. Stel je nou voor dat je tijdens je jonge jaren niet serieus werd genomen, niet werd gewaardeerd, buiten werd gesloten, gecommandeerd werd, negatieve kritiek ontving. De kans dat jij hier op volwassen leeftijd gevoelig voor bent is aanzienlijk groot en doordat jouw antennes continu ‘aan’ staan is dit hetgeen wat je onbewust, in contact met (nieuwe) mensen of binnen (nieuwe) omgevingen (als eerste) ‘scant’. De kans dat jij bij een minimale ‘herkenning’ (gevaar) wordt getriggerd is eveneens groot. Dit is iets wat automatisch in werking treedt en waar je weinig controle op hebt, mits jij je hier bewust van bent natuurlijk.

Belangrijk is dat jij je bewust wordt van je triggers en alvorens hierin schiet, jezelf, door bewustwording ‘terug’ kunt zetten. In het verlengde gaat het erom dat je leert om je antennes ‘uit’ te zetten en dat deze alleen worden geactiveerd als er daadwerkelijk sprake is van ‘gevaar’. Natuurlijk speelt hierbij ook het aspect vertrouwen een grote rol bij. Het is volstrekt logisch dat jouw vertrouwen in de ander of in de wereld is beschadigd. Dit is common sense, want als jij het basisvertrouwen van nota bene je opvoeder(s) hebt gemist, de mensen op wie je altijd terug zou moeten kunnen vallen, hoe kan je dan ooit nog een ander vertrouwen? Dit betekent niet dat je dit niet kunt leren, het is wel degelijk mogelijk om anderen te leren vertrouwen.

En de trauma de triggers? De kans dat je volledig hersteld van je trauma is helaas niet haalbaar, daarvoor zit het te diep verankerd, maar wat wel kan is leren om het effect van de trauma te verminderen, hoe? Door inzicht te verkrijgen in jezelf, in je eigen denken en daarmee je gedrag, door verbanden te leggen met het verleden, door het aannemen van nieuwe denkpatronen. Bovenal door het herkennen van je triggers en jezelf op tijd terug te ‘zetten’. Op lange termijn zal het aannemen van de nieuwe denkpatronen ervoor zorgen dat je antennes alleen ‘aangezet’ worden als er ook daadwerkelijk sprake is van gevaar en daardoor zullen de triggers ook afnemen. Dit betekent nogmaals niet dat je volledig kan herstellen, want de kans dat je terugvalt is mogelijk, vooral als je in een situatie terecht komt die ongezond voor je is. Derhalve is het dan ook belangrijk om ervoor te zorgen dat je altijd voor jezelf de juiste keuzes blijft maken en bewust blijft leven. Met juiste keuzes wordt bedoelt; weten wat goed voor je is. Hoe weet je dat iets goed voor je is? Door je te ontdoen van vrijwel alles wat een negatief effect op jou heeft en jezelf te (her)ontdekken, ja het is mogelijk.

Noot; een narcistische opvoeding leidt in vele gevallen tot complexe trauma.

Aanmelden Zoom Psychologie

Aanmelden Artikels

Een individu wordt gevormd door haar socialisatieproces en daarmee de opvoeding die je krijgt (waarden & normen), de wijk waar je opgroeit, de school waar je naar toe gaat en de vriendschappen die je sluit. Dit alles vormt een referentiekader, dus de manier waarop je naar situaties kijkt en dus ook naar jezelf kijkt.

Heb jij je weleens afgevraagd of de mening die jij vormt, ongeacht het onderwerp, ook daadwerkelijk jouw mening is? Of komt jouw mening voort uit jouw referentiekader die gevormd is tijdens en door je socialisatieproces? In hoeverre is jouw mening ook echt jouw mening, omdat je ook daadwerkelijk zo denkt, dus los van je eigen socialisatieproces. Dit gaat vrij diep, echter is dit ook de basis voor hoe je naar jezelf kijkt. Stel je nou voor dat je tijdens je opvoeding te maken had met strenge, kritische en afwijzende ouders. Kortom; alles wat jij deed was niet ok, niet goed genoeg. Het kon altijd beter. De kans dat jij later op exact dezelfde manier reageert op jezelf of een situatie is aanzienlijk groot, want dit is wat jij hebt meegekregen tijdens jouw socialisatieproces. Ook is er een kans dat je vriendschappen hebt gesloten die een soortgelijke socialisatieproces hebben gekend, dat is namelijk bekend voor je, dit geldt ook voor relaties. Terug, in hoeverre is de mening die jij uit ook daadwerkelijk jouw mening? Zolang jij je niet bewust bent van de impact van jouw socialisatieproces op jouw identiteit blijft dit patroon zich herhalen. Is het dan een probleem? Nee, zolang jij er zelf geen ‘last’ van hebt is er niets aan de hand. De vraag is alleen, hoe bewust ben jij je van deze patronen en de impact hiervan op jezelf? Denk jij weleens na over jouw denken?

Een slag dieper. Stel je nou voor dat jouw opvoeders bij alle problematiek die zich in het leven hebben voorgedaan de schuld bij anderen hebben belegt. Dit is dus een patroon die jij hebt meegekregen (onbewust). Zolang je dit niet hebt doorbroken is de kans groot dat je dit patroon herhaalt en daarmee dat ook jij de verantwoordelijk altijd bij een ander belegt. Jouw coping en daarmee jouw overlevingsstrategie is het beleggen van de verantwoordelijkheid bij de ander en daarmee dus vermijden, doen alsof het niet bestaat. Controle, perfectionisme en het leveren van kritiek maakt veelal deel uit van de persoonlijkheid, vrij vertaald; angsten. Wat dit met jou doet? Je leeft op een automatische piloot en bent je niet bewust van je gedachten, gevoelens en je gedrag. Je voelt regelmatig een gevoel van leegte, een onbestemd gevoel dan wel een gevoel van eenzaamheid.

Een ander voorbeeld is ‘het leven voor de buitenwereld’. Ieder gezinslid behoort zich hier dan ook verplicht aan te houden en de controle hierop is sterk aanwezig. Thuis en buiten zijn twee andere werelden. Wat doet dit op termijn met een individu? De kans dat men zichzelf niet kent, niet weet wat ‘normaal’ en ‘abnormaal’ is, is aanzienlijk groot. Het overschakelen naar een overlevingsmodus, apathisch zijn en het leven op een automatische piloot kan een gevolg zijn. Een ander gevolg kan zijn; het pleasen van anderen, je eigen grenzen niet kunnen aangeven (en niet kennen) of blijven leven voor de buitenwereld en een beeld van jezelf presenteren die niet matcht met de werkelijkheid en daarin het ervaren van een disbalans wat zich uit in; gevoel van leegte, onbestemd gevoel dan wel een gevoel van eenzaamheid.

Tot slot; wat nou als jouw opvoeders bij alles wat er thuis ‘mis’ ging jou de schuld gaven, jou de verantwoordelijkheid gaven? Gevolg hiervan op lange termijn is dat je, je snel aangesproken voelt en daarmee dus schuldig voelt, zelfs voor situaties waar jij niets aan kunt doen. Van jou wordt namelijk ‘verwacht’ dat je met een oplossing komt net als toen, door bijvoorbeeld te pleasen en anderen het naar de zin te maken. Door vooral niet stil te staan bij jezelf, bij wat jij voelt en denkt. Je hoort vaak dat je zo sterk bent en zo goed op je eigen benen kunt staan, wat gewoonweg niets anders is dan een overlevingsstrategie die je onbewust bent gaan aanhouden. Ook in dit geval ervaar je een gevoel van leegte, onbestemd gevoel dan wel een gevoel van eenzaamheid.

Hoe bewust ben jij je van je eigen socialisatieproces en de impact hiervan op jouw ontwikkeling?

Aanmelden Zoom Psychologie

Aanmelden Artikels